Bauhaus

Bauhaus is zowel een kunstenaarsschool, een pedagogisch project als de wieg voor het Bauhausontwerp. De kunstenaarsschool evolueert van een academie voor kunst & architectuur naar een fenomeen. De nieuwe gebouwen in Dessau, zelf ontworpen door Gropius wanneer het Bauhaus Weimar in 1925 moet verlaten, zijn even spectaculaire voorbeelden van moderne architectuur als het project van de nieuwe arbeiderswijk in Dessau. In 1919 voegt Gropius zijn school samen met de Grossherzoglich-Sächsische Kunstgewerbeschule tot het nieuwe Staatliches BauhausWeimar. Zijn zowel theoretisch als praktisch in toepassing gebracht programma is een synthese van plastische kunsten, ambachtelijke techniek en industrie. De belangrijkste stoot tot de overwinning op het expressionistische Bauhaus kwam van buiten, van de Nederlandse kunstenaar Theo van Doesburg (Der wichtigste Anstoss zur Überwindung des exprestionistischen Bauhauses kam von aussen, von dem niederländischen Künstler Theo van Doesburg), die samen met Piet Mondriaan in 1917 de kunstenaarsvereniging De Stijl had opgericht. Gropius' studenten ontwerpen er efficiënte, elegante meubelstukken en gebruiksvoorwerpen. Strak van lijn, eenvoudig van vorm, zeer functioneel. De opklapbare meubels, bedoeld voor de klein uitgevallen arbeiderswoning, of de vrijgezellenkast op wieltjes die je aan twee kanten kan openen, vallen op in het gamma. Multifunctionaliteit lijkt heruitgevonden door Bauhaus. De Zwitserse schilder Johannes Itten gaf er een spraakmakende Vorlehre-cursus, bedoeld tot het stimuleren van de zelfwerkzaamheid. Na Itten, in 1923, kregen Paul Klee en László Moholy-Nagy die taak toegewezen. Andere vooraanstaande Duitse kunstenaars als Lyonel Feininger, Georg Muche, Oskar Schlemmer en de Russisch-Franse Wassily Kandinsky maakten deel uit van het lerarenkorps.