Karolingische renaissance

De Karolingische renaissance was een periode van opleving van cultuur en wetenschap in West-Europa tussen 750 en 950, rond de regeerperiode van Karel de Grote (768-814). Deze stroming manifesteerde zich vooral aan het koninklijk hof en werd gesteund door de clerus. Tijdens de heerschappij van de Karolingen was er sprake van een toenemende belangstelling voor de klassieke cultuur. Byzantijnse invloeden, culminerend in het afbeelden van de menselijke figuur, werden versmolten met de Germaanse, grotendeels abstracte ornamentiek. De schilderkunst uit deze periode is zo goed als geheel verloren gegaan. Alleen beschrijvingen van wandschilderingen te Ingelheim zijn bekend. De verluchtingskunst in manuscripten is echter van uitzonderlijke kwaliteit. Bekende scriptoria zijn de Adagroep met het Ada-Evangelarium van Trier en het Godescalc-Evangelarium uit 781-789, het Rijksevangelarium van Wenen uit de Schola Palatina van Karel de Grote zelf, met Alcuinus, het evangelarium van Ebo te Épernay uit de school van Reims, het beroemde Utrechts Psalter en uit de school van Metz het Sacramentarium van Drogo. In 879 werd in de school van Corbie de codex aureus van St. Emmeran vervaardigd voor Karel de Kale, door de gebroeders Berengarius en Liuthard. Onder abt Vivianus werd een ander evangelarium gemaakt voor Karel de Kale, tussen 844 en 858, in de school van Tours. Uit de school van Sankt Gallen kwam het bekende evangelarium van Sankt Gallen.