kubisme

Het woord kubisme stamt af van het Latijnse woord ‘cubus’ dat ‘dobbelsteen’ betekent. De dobbelsteen wordt vaak gebruikt bij het maken van de schilderijen. De kubisten deden net alsof de natuur alleen maar bestond uit kubussen, kegels, bollen, geometrische schema's, afgevlakt volume en verwarrend perspectief. Hier wordt de gematigde vorm van de Fransman Fauconnier toegepast, waarin de realiteit niet geheel vervormde. Het kubisme is een van de vier grote schilderstijlen (naast het dadaïsme, het expressionisme en de abstracte kunst), die de Europese schilderkunst van de 20e eeuw een nieuw belang gaven. Het kubisme vierde zijn hoogtijdagen als avant-gardekunststroming in de periode van 1906 tot ca. 1920. Het meest kenmerkende van het kubisme is de vereenvoudiging van alles. Kleur was niet zo belangrijk. Men gebruikte geen felle kleuren, alleen maar grijsachtige en bruine tinten. Kleur werd in een later stadium wel weer belangrijk. Er werd een hoofdvorm getekend, maar ook de restvorm was belangrijk (het wit dat op een tekening overblijft, is de restvorm). Belangrijke onderwerpen waren landschappen, mensen en stillevens.


Sorteer op:

Resultaten 1 - 6 van 15