noordelijke renaissance

Noordelijke renaissance of renaissance van het noorden is de aanduiding voor een meestal onduidelijk afgebakende kunsthistorische periode in de Nederlanden en andere landen in Noord-Europa. De term is eigenlijk een vertaling van het in de Angelsaksische kunsthistorisch literatuur aangewende ‘Northern Renaissance’ en kan nogal uiteenlopende ladingen dekken:

- Een kunsthistorische stroming in het noorden van Europa die zich in de periode tussen ca. 1500 tot ca. 1600 ontwikkelde onder invloed van de Italiaanse ‘hoog-renaissance’ en streeft naar een herleving van de kunst van de klassieke oudheid.

Een kunsthistorische stroming in de 15de en vroege 16de eeuw waarin voornamelijk de schilderkunst en met name die van de ‘Vlaamse Primitieven’ een centrale plaats inneemt. Deze stroming kenmerkt zich doordat zij zich op een aantal vlakken losmaakt van de laatmiddeleeuwse beeldende kunst en cultuur. De stroming wordt gekenmerkt door een groot naturalisme en een zeer uitgesproken technisch raffinement. In de traditionele zienswijze is deze stroming een noordelijke tegenpool van de Italiaanse (met name Florentijnse) vroegrenaissance, de zogenaamde kunst van het Quattrocento. Deze betekenis wordt tegenwoordig als minder accuraat beschouwd en er zijn al herhaaldelijk stemmen opgegaan om de term in deze betekenis definitief te vervangen door Ars Nova (naar analogie met een periode in de muziekgeschiedenis). Het voornaamste struikelblok om de noordelijke kunst uit de 15de eeuw als ‘Noordelijke renaissance’ aan te duiden is het ontbreken van een duidelijke en algemene belangstelling voor de kunst en cultuur van de klassieke oudheid. Nochtans bevat de kunst uit deze periode wel veel vernieuwende elementen die het met de Italiaanse renaissance gemeen heeft en die een duidelijke breuk met de Middeleeuwen inhouden. Men zou hier dan ook eerder kunnen spreken van een ‘naissance’ dan van een ‘re-naissance’.