Pointillisme

Het pointillisme is een schildertechniek die vooral aan het eind van de negentiende eeuw werd beoefend. Het pointillisme is nauw verwant aan het divisionisme, een meer technische variant op deze techniek. Het pointillisme is als artistieke stroming in Frankrijk ontstaan, als uitloper van het impressionisme en waarbij het de bedoeling was het licht te accentueren door het analyseren van de kleuren. Pointillisme heeft een wetenschappelijke achtergrond. In de traditionele schilderkunst worden de verschillende kleuren gemaakt door verf te mengen in de juiste kleur en die op het doek aan te brengen. In het pointillisme worden verfstippen in primaire kleuren op het doek aangebracht. De werking van de menselijke hersenen maakt dan dat er een secundaire kleur wordt waargenomen. Door bijvoorbeeld kleine rode en gele stippen naast elkaar te zetten ziet men oranje. De stippen worden meestal gezet op een witte achtergrond. Pointillistische schilderijen blinken uit door de zeer heldere, bijna lichtgevende, indruk die ze maken. Bij de eerste pogingen van Georges Seurat, in 1882, had men het oorspronkelijk over divisionisme. Het bleef inderdaad bij het naast elkaar plaatsen van kleine zuivere, complementaire kleurvlekken, die de gewenste kleurtint produceren in het oog van de kijker, onder invloed van simultane contrasten. Verfijnd tot puntjeswerk had Seurat het, in 1884, over ‘chromo-luminarisme’ in zijn werk ‘Een zwempartij te Asnières’ (zie bij Georges Seurat), op de expositie van de Indépendants. Ook Paul Signac en Camille Pissarro waren enthousiaste beoefenaars van deze door latere expressionisten als te analytisch en gekunsteld ervaren werkwijze. Toch werd het divisionisme, na 1904, een van de belangrijkste inspiratiebronnen van het fauvisme en het expressionisme. Ook het latere kubisme en het futurisme ontliepen de invloed van het divisionisme niet.


Sorteer op: