Romantiek

De romantiek was een stroming in de Westerse cultuur die zich aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de19e eeuw sterk deed gelden in de kunst en het intellectuele leven van met name Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Het weerspiegelt een verlangen naar de zekerheid van een onbestemd verleden. Schilders vertaalden dit in een vlucht in een droom met grootse landschappen, dode bomen en ruines. In de romantiek werd, in reactie op de Verlichting, de subjectieve ervaring als uitgangspunt genomen. Hierdoor kwamen introspectie, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding centraal te staan. De naam romantiek is ontleend aan de middeleeuwse romances – verhalen waarin feilbare mensen de droom van volmaaktheid najagen. Aanvankelijk had het woord niet de misprijzende connotatie die tegenwoordig aan een woord als sentimenteel kleeft. Beroemde romantici zijn Johann Wolfgang Goethe, Johann Gottlieb Fichte, Caspar David Friedrich, John Keats, Johann Gottfried von Herder, Arthur Schopenhauer, Samuel Taylor Coleridge, Jean-Jacques Rousseau, William Wordsworth,William Turner, Friedrich Wilhelm Schelling, Guido Gezelle en Percy Bysshe Shelley.