Vroege middeleeuwen

Onder vroege middeleeuwen verstaat men over het algemeen de periode die loopt van de 5de tot het einde van de 10de eeuw, de geschiedenis van Europa na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk. Soms gebruikt men hiervoor de term ‘duistere’ of ‘donkere middeleeuwen’, omdat er – door de chaos die veroorzaakt was door de vele invasiegolven van op drift geraakte volkeren – uit deze periode weinig schriftelijke bronnen zijn overgeleverd en onze kennis hierover dus grote lacunes vertoont. Ook de achteruitgang van bevolking en levensstandaard, in vergelijking met die in de Romeinse tijd, is een reden deze eeuwen te beschouwen als een periode van verval. Het tij keerde in West-Europa pas enigszins met de Karolingische renaissance, dus tijdens het bewind van Karel de Grote (768-814).