animisme

Een stroming in de Vlaamse schilderkunst in de 20ste eeuw. De animisten vormden geen echte school. Deze min of meer willekeurige benaming werd bedacht door Paul Haesaerts, waarmee deze de houding en de esthetiek van enkele – los van elkaar staande – kunstenaars (Henri Victor Wolvens, Albert Van Dyck, Jozef Vinck) omschreef, die werkten tussen de twee wereldoorlogen. Deze kunstschilders reageerden op wat zij als een buitensporige ontwikkeling van het expressionisme aanvoeren, waarbij zij in opvatting en vorm het 'menselijk-gevoelige' voorop stelden. Zij richtten zich meer op het introspectieve dan het expressionisme. Poëtische gevoeligheid speelde daarbij een rol. De schilder War van Overstraeten meldde zich in 1933 al aan bij de "Salon van de Hedendaagse Kunst", een voorloper van "De Introverten". Door Haesaerts werden ook nog vermeld: Albert Dasnoy, Jean Timmermans, Marcel Stobbaerts, Armand Vanderlick en de jongere 'debutanten' Anne Bonnet, Louis Van Lint, Gaston Bertrant, Gustave Camus, Jan Cobbaert en Marc Mendelson. Deze laatsten sloegen na 1945 de richting van de abstracte kunst in en werden vooral daarmee bekend.