cloisonne

Cloisonne is een oude techniek voor het decoreren van objecten met emaille en de inleg van gesneden edelstenen, glas en andere materiaal. De werkwijze is: eerst compartimenten (in het Frans: cloisons + compartiment) met behulp van metalen draden of strippen (zilver- of goud); vervolgens worden met behulp van onder andere emaillepoeder in pastavorm de compartimenten opgevuld 'gebakken'. De metalen draden blijven, ook na afwerking van de compartimenten en het bakproces naast de vaak kleurrijke emailleringen of inlays, goed zichtbaar.

In de oudheid werd deze techniek vooral gebruikt voor sieraden en voor kleine versieringen op kledingstukken, wapens en dergelijke. De versieringen werden vaak geometrisch of schematisch van elkaar gescheiden door meer forse draden. In tegenstelling tot in Byzantium waar vaak dunnere draden werden gebruikt om meer ruimte voor de afbeeldingen zelf te creeën.

Vanaf de 14de eeuw werd in China deze techniek massaal toegepast (met scheepsladingen tegelijk werden de vazen en schalen geproduceerd en geëxporteerd). Tot op de dag van vandaag wordt deze techniek in China toegepast. In de 18de eeuw werden in het westen - afgeleid en in de stijl van de Chinese producten -  ook veel geëmailleerde cloisonne objecten geproduceerd.