hoogrenaissance

De naam hoogrenaissance wordt gegeven aan de korte periode van ongeveer 1495 tot 1520 toen de renaissance op haar hoogtepunt was. In die tijd was het pauselijke Rome het centrum van artistieke bedrijvigheid. De hoogrenaissance wordt algemeen geacht te zijn ontstaan in de late jaren 1490, toen Leonardo da Vinci zijn Laatste Avondmaal in Milaan schilderde. De schilderijen in het Vaticaan van Michelangelo en Rafaël vormen het eindpunt van de stijl in de schilderkunst. De stijl werd geïntroduceerd in de architectuur door Donato Bramante, die in 1502 het Tenpietto bouwde dat met zijn majestueuze verhoudingen een herleving van oude Romeinse architectuur inluidde. Hoogrenaisaance beeldhouwkunst, zoals wordt geïllustreerd door Pietà van Michelangelo en zijn David, wordt gekenmerkt door een ideale balans tussen statistische compositie en beweging. De serene sfeer en heldere kleuren van Giorgione en Titiaanvertegenwoordigen de hoogrenaissance in Venetië. De Duitse schilder Albrecht Dürer wordt beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de renaissance ten noorden van de Alpen. Vooral zijn gravures zijn heel bekend en geliefd geworden.