impressionisme

Kunstrichting die in de tweede helft van de 19e eeuw in Frankrijk ontstond en daar zijn naam kreeg. Het is een 19e-eeuwse stroming in de moderne beeldende kunst. Het was een vernieuwingsbeweging, niet alleen als revolterende stroming tegenover het toen algemeen aanvaarde en officieel erkende academisch classicisme, maar ook als totaal nieuwe stijltechnische conceptie. Kenmerkend is het ‘en plein air’ schilderen (in de open lucht), dat voortkwam uit de behoefte een kort ogenblik een bepaalde stemming of sfeer weer te geven. Door de uitvinding van de verftube door Geoffrey Rand in 1836 kregen schilders de kans om direct buiten te werken. Al in 1838 waren er drie Engelse firma's die verf in tubes op de markt brachten. Vóór die tijd werd de verf in dierlijke blazen meegenomen, maar die laten zuurstof door en de verf hardt uit. De kleurenleer van Chevreuil is dan al bekend. Er was dus geen sprake meer van de fijn afgelijnde tekening van de voorwerpen. Zelfs bij de onderwerpkeuze richtte men zich op het alledaagse leven, ver weg van elke allegorie of enig nationalistisch triomfalisme. Het accent ligt op de indruk en de kleur die bepaald worden door licht en lucht. Om dit te bereiken brengt de schilder kleine toetsen verf aan, die visueel samensmelten. Opvallend is het lichte, heldere koloriet. Nederlandse kunstenaars die vanuit deze vergelijkbare behoefte schilderden zijn de kunstenaars van de ‘Haagse School’ en de ‘Amsterdamse impressionisten’, onder wie George Breitner en Isac Israëls. Het Nederlandse pallet is echter over het algemeen somberder dan het Franse.


Sorteer op:

Resultaten 1 - 6 van 21