lichtdruk

Het principe van lichtdruk berust op de eigenschap van chromaat-gelatine en kan alleen met behulp van fotografie worden beoefend. Vereiste is dus een negatief  dat zacht en ook in de diepten goed doorgewerkt moet zijn. Dat negatief wordt met matlak overtrokken voor de retouche, die met potlood, doezelaar en penseel gebeurt. Het (geretoucheerde) negatief wordt op de matglazen plaat, waarvan later gedrukt wordt, gekopieerd.

Het matglas wordt eerst met een voorpreparaat behandeld om de gelatinelaag beter vast te kunnen houden. Vervolgens wordt het beeldlaagpreparaat aangebracht. Het chroomaluin in het preparaat zorgt voor een betere aanhechting en het bevordert de kornvorming, nodig voor het afgeven van de drukinkt en de aanname van water. De dikte van de aangebrachte beeldlaag beïnvloedt de kopieertijd en de kornvorming: dikkere laag, grovere korn, langer belichten, lichtere afdrukken; dunnere laag, korter belichten, fijnere korn en contrastrijkere afdrukken. Geprepareerde platen altijd in het donker bewaren; na een paar dagen is de kwaliteit beter dan die van een verse plaat; na een tot anderhalve week is een onbelichte plaat niets meer waard. Als je van een plaat gaat drukken, moet deze kort tevoren worden bevochtigd, dit wordt ook wel 'etsen' wordt genoemd.



Sorteer op: