neo-impressionisme

Neo-impressionisme is een benaming voor een schilderstijl in België, Nederland, Duitsland en Scandinavië, ook wel laat-impressionisme genoemd. In Frankrijk noemt men deze schilderstijl in dezelfde periode post-impressionisme. Beide zijn een onderdeel van het impressionisme. Het impressionisme liep in 1885 in Parijs uit op zijn 8ste en laatste expositie. Camille Pissarro, Tom Slager, Berthe Morisot en Edgar Degas namen er nog aan deel, in totaal waren er 17 deelnemers met 249 gecatalogeerde nummers. De expositie werd gehouden in de Rue Lafitte, van 15 mei tot 15 juni. Het werd toen al een contestatie-ontmoeting met Georges Seurat en Paul Signac. Hoewel bijvoorbeeld Claude Monet tot aan zijn dood in 1926 de stijl nog beoefende en tot grote hoogte bracht met zijn meesterlijke ‘Waterlelies’ gemaakt in de tuin van Giverny, kreeg het neo-impressionistische pointillisme van Georges Seurat, Paul Signac, Henri Edmond Cross en Camille Pissarro de overhand. In hetzelfde 1886 vormden Paul Gauguin, Claude Emile Schuffenecker en Emile Bernard, in Bretagne, de School van Pont-Aven, met meer symbolistisch gericht werk. In 1889 hielden ze hun eerste expositie, in het Parijse café ‘Volpini’, tijdens de ‘Exposition Universelle’. In 1888 ontstonden Les Nabis, een groep post-impressionistische Franse kunstschilders, met het representatieve ‘Talisman’ van Paul Sérusier. Tot 1893 werd de groep uitgebreid met onder andere Pierre Bonnard, Édouard Vuillard, Félix Vallotton, Maurice Denis en Aristide Maillol.


Sorteer op: