Jean Dufy werd geboren in Le Havre op 12 maart 1888 en overleed op 12 mei 1964 in Boussay (Indre-et-Loire). Hij was de broer van de eveneens zeer befaamde kunstenaar Raoul Dufy.

Aanvankelijk had Dufy allerlei baantjes, variërend van rondreizende bediende voor een overzees importbedrijf tot secretaris op de trans-atlantische liner ‘La Savoie’. In deze periode ontwikkelde zich zijn artisticiteit. Hij ‘ontdekte’ Matisse, Derain, Marquet, Picasso en vooral door zijn kennismaking met Matisse’s ‘Fenêtre ouverte à Collioure’ met zijn specifieke lichtval en gewelddadige, luidruchtige kleuren.

Dufy volgde een opleiding aan de École des Beaux-Arts in Le Havre en kreeg daarnaast les van zijn broer Raoul.

Na zijn militaire dienst verhuisde Dufy naar Parijs en maakte nader kennis met Derain, Braque, Picasso en Apollinaire. Zijn eerste aquarellen – met vooral gedempte tinten (sombere bruin, blauw, en rood) – waren een mix van Cezanne’s en zijn broer Raoul Dufy’s technieken.

Hij schilderde, aquarelleerde en tekende vooral bloemen, paarden, genrestukken, haven- en zeegezichten, portretten, sport- en spelscènes en (Italiaanse) landschappen.

In 1916 startte Jean bij de porseleinfabriek Theodore Haviland in Limoges, waar hij 30 jaar werkzaam voor zou blijven.

Zijn op bloemen en dieren gebaseerde ontwerpen leverde hem een gouden medaille op in 1925 tijdens de Internationale Tentoonstelling van Decoratieve Kunsten voor de ‘Châteaux de France’.

Uiteindelijk belandde hij in 1920 definitief in Parijs, in Montmartre, waar Georges Braque zijn buurman was. Te midden van de intense sfeer van artistieke uitbundigheid werd hij het symbool van de met kleuren werkende kunstenaar als ware het patchwork. Opeenvolgende exposities in Parijs (Salon d’Automne in het Grand Palais des Champs-Elysees in 1920, 1923, 1924, 1927 en 1932, Galerie Bing in 1929) en New York (Balzac Galleries in 1930, Perls Galleries in 1938) zette Jean definitief op de kunstenaarskaart.

Jean’s interesse voor muziek inspireerde vele van zijn afbeeldingen van pianisten en orkesten. Jean’s verblijf in Le Havre was aanleiding tot majestueuze werken zoals ‘Le Quai Videcoq au Havre’ (1929).

Jean reisde in de 50-er en 60-er jaren veel in Europa [Italië, Griekenland, Engeland, Ierland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden, Nederland (Haarlem en Amsterdam), Spanje en Portugal] en Noord-Afrika.

Vermeld in Vollmer, Bénézit, Witt Checklist, Saur.

Enig resultaat

Filter»

Dufy, Jean

Jean Dufy werd geboren in Le Havre op 12 maart 1888 en overleed op 12 mei 1964 in Boussay (Indre-et-Loire). Hij was de broer van de eveneens zeer befaamde kunstenaar Raoul Dufy.

Aanvankelijk had Dufy allerlei baantjes, variërend van rondreizende bediende voor een overzees importbedrijf tot secretaris op de trans-atlantische liner ‘La Savoie’. In deze periode ontwikkelde zich zijn artisticiteit. Hij ‘ontdekte’ Matisse, Derain, Marquet, Picasso en vooral door zijn kennismaking met Matisse’s ‘Fenêtre ouverte à Collioure’ met zijn specifieke lichtval en gewelddadige, luidruchtige kleuren.

Dufy volgde een opleiding aan de École des Beaux-Arts in Le Havre en kreeg daarnaast les van zijn broer Raoul.

Na zijn militaire dienst verhuisde Dufy naar Parijs en maakte nader kennis met Derain, Braque, Picasso en Apollinaire. Zijn eerste aquarellen – met vooral gedempte tinten (sombere bruin, blauw, en rood) – waren een mix van Cezanne’s en zijn broer Raoul Dufy’s technieken.

Hij schilderde, aquarelleerde en tekende vooral bloemen, paarden, genrestukken, haven- en zeegezichten, portretten, sport- en spelscènes en (Italiaanse) landschappen.

In 1916 startte Jean bij de porseleinfabriek Theodore Haviland in Limoges, waar hij 30 jaar werkzaam voor zou blijven.

Zijn op bloemen en dieren gebaseerde ontwerpen leverde hem een gouden medaille op in 1925 tijdens de Internationale Tentoonstelling van Decoratieve Kunsten voor de ‘Châteaux de France’.

Uiteindelijk belandde hij in 1920 definitief in Parijs, in Montmartre, waar Georges Braque zijn buurman was. Te midden van de intense sfeer van artistieke uitbundigheid werd hij het symbool van de met kleuren werkende kunstenaar als ware het patchwork. Opeenvolgende exposities in Parijs (Salon d’Automne in het Grand Palais des Champs-Elysees in 1920, 1923, 1924, 1927 en 1932, Galerie Bing in 1929) en New York (Balzac Galleries in 1930, Perls Galleries in 1938) zette Jean definitief op de kunstenaarskaart.

Jean’s interesse voor muziek inspireerde vele van zijn afbeeldingen van pianisten en orkesten. Jean’s verblijf in Le Havre was aanleiding tot majestueuze werken zoals ‘Le Quai Videcoq au Havre’ (1929).

Jean reisde in de 50-er en 60-er jaren veel in Europa [Italië, Griekenland, Engeland, Ierland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden, Nederland (Haarlem en Amsterdam), Spanje en Portugal] en Noord-Afrika.

Vermeld in Vollmer, Bénézit, Witt Checklist, Saur.