Constant Permeke (naamvariant: Permeke; signeerde als Permeke) was de zoon van Henri Louis Permeke, de vader van Paul en John Henry Permeke en de grootvader van James Permeke, werd op 31 juli 1886 in Antwerpen geboren en overleed op 4 jaunuari 1952 in Oostende.

Constant Permeke volgde een opleiding aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Brugge en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Hij was leerling bij Jean Delvin.

Permeke was vooral als kunstenaar actief van 1906 tot 1952 in Antwerpen, Sint-Martens-Latem, Oostende, Sidford (Engeland) en Jabbeke met een korte onderbreking vanaf 1914 door een oproep om als dienstplichtige op te komen [werd in Folkestone (Engeland) vervolgens verpleegd om daarna ontslagen te worden uit dienst. Hij bleef met zijn familie in Wiltshire Devon tot 1916 met zijn gezin in Chardstock wonen. In Londen ontmoette hij in die tijd ook de kunstverzamelaar De Graaff].

Als veelzijdig kunstenaar [aquarellist, beeldhouwer, schilder, tekenaar en vervaardiger van gouaches en werkend met een veelheid van materiaalsoorten (aquarelverf, brons, gouache, houtskool, inkt, krijt, potlood)] zijn van zijn hand zowel bloemstillevens, boeren, dieren, figuurvoorstellingen, haven-, dorps- en strandgezichten, interieurs, landschappen, marines, naaktfiguren, portretten, vissers als winterlandschappen bekend.

Permeke wordt tot het Vlaamse expressionisme – samen met De Smet en Van Den Berghe – gerekend dat zich concentreerde rond Sint-Martens-Latem.

Permeke was onder andere de leraar van Kees de Back, Jan Hofland, Heriëtte Pessers, Rik Slabbinck, Frans Slijpen, Jan Willemen en Bob Zijlmans. Daarnaast oefende Permeke een stevige invloed uit op Quirijn van Tiel, Henk Krijger en Fon Klement.

Vermeld in Haesaerts / Marijnissen, Legrand, Eemans, Witt Checklist, D’Huart / Fornari, Piron, Jacobs, Van Adrichem, Reitsma.

Enig resultaat

Filter»

Permeke, Constant

Constant Permeke (naamvariant: Permeke; signeerde als Permeke) was de zoon van Henri Louis Permeke, de vader van Paul en John Henry Permeke en de grootvader van James Permeke, werd op 31 juli 1886 in Antwerpen geboren en overleed op 4 jaunuari 1952 in Oostende.

Constant Permeke volgde een opleiding aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Brugge en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Hij was leerling bij Jean Delvin.

Permeke was vooral als kunstenaar actief van 1906 tot 1952 in Antwerpen, Sint-Martens-Latem, Oostende, Sidford (Engeland) en Jabbeke met een korte onderbreking vanaf 1914 door een oproep om als dienstplichtige op te komen [werd in Folkestone (Engeland) vervolgens verpleegd om daarna ontslagen te worden uit dienst. Hij bleef met zijn familie in Wiltshire Devon tot 1916 met zijn gezin in Chardstock wonen. In Londen ontmoette hij in die tijd ook de kunstverzamelaar De Graaff].

Als veelzijdig kunstenaar [aquarellist, beeldhouwer, schilder, tekenaar en vervaardiger van gouaches en werkend met een veelheid van materiaalsoorten (aquarelverf, brons, gouache, houtskool, inkt, krijt, potlood)] zijn van zijn hand zowel bloemstillevens, boeren, dieren, figuurvoorstellingen, haven-, dorps- en strandgezichten, interieurs, landschappen, marines, naaktfiguren, portretten, vissers als winterlandschappen bekend.

Permeke wordt tot het Vlaamse expressionisme – samen met De Smet en Van Den Berghe – gerekend dat zich concentreerde rond Sint-Martens-Latem.

Permeke was onder andere de leraar van Kees de Back, Jan Hofland, Heriëtte Pessers, Rik Slabbinck, Frans Slijpen, Jan Willemen en Bob Zijlmans. Daarnaast oefende Permeke een stevige invloed uit op Quirijn van Tiel, Henk Krijger en Fon Klement.

Vermeld in Haesaerts / Marijnissen, Legrand, Eemans, Witt Checklist, D’Huart / Fornari, Piron, Jacobs, Van Adrichem, Reitsma.