Resultaat 1–18 van de 41 resultaten wordt getoond

Filter»

Breitner, George Hendrik

George Hendrik Breitner (voorkeurnaam: George Hendrik Breitner; signeerde vaak ‘G.H. Breitner’) werd op 12 september 1857 in Rotterdam geboren en overleed in Amsterdam  op 5 juni 1923.

reitner schilderde mee aan het Panorama Mesdag.

Breitner volgde opleidingen aan de Tekenacademie in Den Haag, aan de Akademie van Beeldende Kunsten eveneens in Den Haag, aan de Polytechnische School in Delft, aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam, aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, aan de Académie Cormon in Parijs en was leerling van August Allebé, Fernand Cormon persoonlijk, Johan Philip Koelman, Willem Maris incl. zijn goede raadgevingen, kreeg tekenles van Christoffel Neurdenburg en van Charles Rochussen. Later adviseerde hij zelf weer zowel Anna Maria Kruijff als Coba Ritsema en Piet van Wijngaardt. Op latere leeftijd werd hij ook leraar aan de Teken- en Schilderacademie ‘Ars Aemulae Naturae’ in Leiden en aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. In zijn rol als leraar was hij onder andere nauw betrokken bij de kunstzinnige ontwikkeling van Teun Bakker, Pieter ten Cate, Erasmus Bernard van Dulmen Krumpelman, Louise Fritzlin, Bob Hanf, Cornelis Gerardus ’t Hooft, Anna Maria Kruijff, Gerrit David Labots, Maria Henry Mackenzie, Kees Maks, Coba Ritsema, Floris Verster en Piet van Wijngaerdt. Bovendien had hij veel invloed op Louise Fritzlin, Max Clarenbach, August Deusser en Frans Koppelaar.

Breitner was als kunstenaar zowel zeer actief als uiterst mobiel. Hij liet zijn kunstenaarssporen onder ander achter in Nederland (Rotterdam, Den Haag, Scheveningen, Boxtel, Drenthe, Loosduinen, Arnhem, Barger-Compascuum), Frankrijk (Parijs), Duitsland (Berlijn, München), België (Antwerpen, Brussel, Gent, Mechelen) en de V.S. [Pittsburgh (Pennsylvania), New York].

Breitner – als veelzijdig kunstenaar – schilderde, tekende, aquarelleerde, etste, fotografeerde en werkte zowel met olie- als aquarelverf en daglichtpapier.

Ook had hij aan onderwerpen geen gebrek; van landschappen, genre- en figuurvoorstellingen, naaktfiguren, militairen (als ‘vriend der Huzaren’ en cavalerie- en artillerievoorstellingen), portretten, bloem-, groente- en visstillevens, dieren, geschiedenis (als genre), stadsgezichten, paarden, straatscènes maar ook straatfoto’s vooral van Amsterdam.

Hij grossierde in prijzen: onder andere kreeg hij de Willink van Collenprijs in 1894 en daarnaast ontving hij nog vele andere nationale en internationale onderscheidingen.

Breitner was lid van Arti et Amicitiae in Amsterdam, van de Hollandsche Teekenmaatschappij in Den Haag, van Pulchri Studio in Den Haag, van het Schilder- en teekengenootschap Kunstliefde in Utrecht en van de Nederlandsche Etsclub.

Vermeld in Veth, Bénédite / Marius, Thieme / Becker, Dake, Marius, Van Harpen, Hammacher, Knoef, Polak, Erens e.a., Terpstra, Brom, Vollmer, Haitsma Mulier, Scheen, Witt Checklist, Canning, De Leeuw / Sillevis / Dumas, Vervoorn, Leijerzapf e.a., Bijl de Vroe, Van Eeghen e.a., Van der Wiel, Heij, Vergeer, Grijzenhout / Van Veen, Jager, Roodenburg, De Jong / Sluijter-Seijffert / Heij, Bergsma / Bionda / Blotkamp e.a., De Bois, Heyting, Tibbe, De Bodt, Leeman / Pennock, Saur, De Vries / Van Uitert / De Bodt, De Bodt, De Bodt e.a., Halbertsma e.a., De Bodt / De Haan / Pijbes, Van Kalmthout, Stolwijk, Van der Lubbe, Erftemeijer, Jacobs, Van Heteren / Jansen / De Leeuw, Brentjens / Eliëns, Kraan / Brons, Van Sinderen e.a., De Groot e.a., Voeten, Heij, Jonkman / De Raad, Van Es / Eliëns, Kapelle / De Bodt, Van der Linden-Beins e.a., Smit-Muller, Kraayenga, Verhoogt, Jonkman / Geudeker, Heijbroek / Voeten.