Harrie Koolen wordt op 22 juni 1904 in de gemeente Meerssen geboren, als jongste zoon van het daglonersgezin van Antonius Koolen en Maria Huijts en overlijdt op 26 januari 1985 in Heerlen.

Koolen studeerde aan de Rijksakademie van Beelden Kunsten in Amsterdam (Hendrik Jan Wolters, Antoon Derkinderen) op basis van een stipendium van de gemeente Meerssen. Verder leerde hij tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 veel van Johannes Hendricus Jurres (afkomstig uit Antwerpen), Jan van Puyenbroeck en Nicolaas van der Waay.

In die tijd ontstond er een hele groep van uitgeweken schilders (Charles Eyck, Henri Jonas, Hub Levigne, Alfons Volders, Piërre Klein, Joseph Tielens en Henri Schoonbroodt). Zelf droeg hij zijn kunde-stokje over aan onder andere Jan Baetsen en Jean Viehoff. Koolen werkte veel samen met Hubert Levigne.

Veel van zijn werk werd samen met dat van Jan Sluijters, Charley Toorop, Carel Willink, Dick Ket en Pieter Mondriaan opgenomen in reizende tentoonstellingen naar Amsterdam, Maastricht, Tilburg, Nijmegen, Venlo, Den Haag, Breda, Keulen, Düsseldorf en Engeland.

Helaas ging veel van zijn werk aan het eind van de tweede wereldoorlog verloren door een verdwaalde brandbom.

Zowel als (wand)schilder, tekenaar, illustrator en ontwerpen bracht hij het geleerde in de praktijk. Aanvaardde commerciële opdrachten (Swinkels b.v. uit België, Brand Bierbrouwerij, luchtmachtstaf, abdij van Middelburg, Campina en de PTT).

Daarnaast was hij – zoals zovele van zijn collegae – altijd onrustig en op reis (onder andere Amsterdam, Eben-Emael, Houthem, Rothem, Heerlen, Frankrijk, Italië, Ierland).

Ook schilderde en tekende hij vele (kinder-, vorsten en zelf-)portretten, figuurvoorstellingen, (industriële)-landschappen, stadsgezichten, stillevens, bloemen en religie. Hij illustreerde bovendien zowel fictie als non-fictieboeken.

Harrie Kolen ontving voor zijn werk in 1929 terecht de Thérèse van Duyl-Schwartzeprijs.

Vermeld in Scheen, Jacobs, Scharten.

Toont alle 3 resultaten

Filter»

Koolen, Harrie

Harrie Koolen wordt op 22 juni 1904 in de gemeente Meerssen geboren, als jongste zoon van het daglonersgezin van Antonius Koolen en Maria Huijts en overlijdt op 26 januari 1985 in Heerlen.

Koolen studeerde aan de Rijksakademie van Beelden Kunsten in Amsterdam (Hendrik Jan Wolters, Antoon Derkinderen) op basis van een stipendium van de gemeente Meerssen. Verder leerde hij tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 veel van Johannes Hendricus Jurres (afkomstig uit Antwerpen), Jan van Puyenbroeck en Nicolaas van der Waay.

In die tijd ontstond er een hele groep van uitgeweken schilders (Charles Eyck, Henri Jonas, Hub Levigne, Alfons Volders, Piërre Klein, Joseph Tielens en Henri Schoonbroodt). Zelf droeg hij zijn kunde-stokje over aan onder andere Jan Baetsen en Jean Viehoff. Koolen werkte veel samen met Hubert Levigne.

Veel van zijn werk werd samen met dat van Jan Sluijters, Charley Toorop, Carel Willink, Dick Ket en Pieter Mondriaan opgenomen in reizende tentoonstellingen naar Amsterdam, Maastricht, Tilburg, Nijmegen, Venlo, Den Haag, Breda, Keulen, Düsseldorf en Engeland.

Helaas ging veel van zijn werk aan het eind van de tweede wereldoorlog verloren door een verdwaalde brandbom.

Zowel als (wand)schilder, tekenaar, illustrator en ontwerpen bracht hij het geleerde in de praktijk. Aanvaardde commerciële opdrachten (Swinkels b.v. uit België, Brand Bierbrouwerij, luchtmachtstaf, abdij van Middelburg, Campina en de PTT).

Daarnaast was hij – zoals zovele van zijn collegae – altijd onrustig en op reis (onder andere Amsterdam, Eben-Emael, Houthem, Rothem, Heerlen, Frankrijk, Italië, Ierland).

Ook schilderde en tekende hij vele (kinder-, vorsten en zelf-)portretten, figuurvoorstellingen, (industriële)-landschappen, stadsgezichten, stillevens, bloemen en religie. Hij illustreerde bovendien zowel fictie als non-fictieboeken.

Harrie Kolen ontving voor zijn werk in 1929 terecht de Thérèse van Duyl-Schwartzeprijs.

Vermeld in Scheen, Jacobs, Scharten.