Jan Veth [naamvarianten: Jan Pieter Veth, Jan Pieter (dr.) Veth, Henric van Gooyen, Samuel van Hoogstraten (monogram: Sv.H.), J. Staphorst, G.H.C. Stemming, Van Doornik en de Kempenaere; signeerde meestal met Jan Veth, JV of J V ineen] werd op 18 mei 1864 in Dordrecht geboren en overleed op 1 juli 1925 in Amsterdam.

Hij volgde een opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en was daarnaast leerling van August Allebé, Antoon Derkinderen, Johann Wilhelm Kaiser en Adrianus Jacobus Terwen.

Jan Veth werkte afwisselend in Amsterdam, Dordrecht, Laren (Noord-Holland), Bussum en Duitsland. Hij exposeerde onder andere op de Kunstaustellung der Berliner Secession.

Veth is zowel bekend geworden als etser, lithograaf, schilder, tekenaar maar ook als ontwerper (onder andere van postzegels, de Wilhelmina;’s van 1924), schrijver, kunstcriticus en publicist [hij schreef onder meer voor De Nieuwe Gids, De Amsterdammer (dag- en weekblad), De Gids, De Kroniek, Onze Kunst, de Nieuwe Rotterdamsche Courant en De Twintigste Eeuw]. Bovendien was hij hoogleraar aan de Rijksakademie te Amsterdam en kreeg er een eredoctoraat. Veth was daarnaast boekdecorateur.

Van Jan Veth zijn zowel genre- en figuurvoorstellingen, landschappen, portretten, kerkinterieurs, stadsgezichten bekend.

Hij wordt tot de Amsterdamse School-stroming gerekend en was daarnaast lid van de Haagsche Kunstkring en de Nederlandsche Etsclub (één der oprichters).

Jan Veth op zijn beurt was leraar van Jack Aué, Mia Bake, Nelly Bodenheim, Geraldo Abraham Brender à Brandis, Johan Cohen, Marie Cremers, Cornelis Gerardus ’t Hooft, Dinah Kohnstamm, Herman Lugt, Coen van Oven, Jean Albert Pollones, Maria van Regteren Altena, Martha Salomon, Cornelis Veth en Martha Amalia Voullaire.

Vermeld in Thieme / Becker, Waller, Scheen, Witt Checklist, Biografisch woordenboek van Nederland, Jonkman / Geudeker, Heijbroek / Voeten.

Toont alle 5 resultaten

Filter»

Veth, Jan

Jan Veth [naamvarianten: Jan Pieter Veth, Jan Pieter (dr.) Veth, Henric van Gooyen, Samuel van Hoogstraten (monogram: Sv.H.), J. Staphorst, G.H.C. Stemming, Van Doornik en de Kempenaere; signeerde meestal met Jan Veth, JV of J V ineen] werd op 18 mei 1864 in Dordrecht geboren en overleed op 1 juli 1925 in Amsterdam.

Hij volgde een opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en was daarnaast leerling van August Allebé, Antoon Derkinderen, Johann Wilhelm Kaiser en Adrianus Jacobus Terwen.

Jan Veth werkte afwisselend in Amsterdam, Dordrecht, Laren (Noord-Holland), Bussum en Duitsland. Hij exposeerde onder andere op de Kunstaustellung der Berliner Secession.

Veth is zowel bekend geworden als etser, lithograaf, schilder, tekenaar maar ook als ontwerper (onder andere van postzegels, de Wilhelmina;’s van 1924), schrijver, kunstcriticus en publicist [hij schreef onder meer voor De Nieuwe Gids, De Amsterdammer (dag- en weekblad), De Gids, De Kroniek, Onze Kunst, de Nieuwe Rotterdamsche Courant en De Twintigste Eeuw]. Bovendien was hij hoogleraar aan de Rijksakademie te Amsterdam en kreeg er een eredoctoraat. Veth was daarnaast boekdecorateur.

Van Jan Veth zijn zowel genre- en figuurvoorstellingen, landschappen, portretten, kerkinterieurs, stadsgezichten bekend.

Hij wordt tot de Amsterdamse School-stroming gerekend en was daarnaast lid van de Haagsche Kunstkring en de Nederlandsche Etsclub (één der oprichters).

Jan Veth op zijn beurt was leraar van Jack Aué, Mia Bake, Nelly Bodenheim, Geraldo Abraham Brender à Brandis, Johan Cohen, Marie Cremers, Cornelis Gerardus ’t Hooft, Dinah Kohnstamm, Herman Lugt, Coen van Oven, Jean Albert Pollones, Maria van Regteren Altena, Martha Salomon, Cornelis Veth en Martha Amalia Voullaire.

Vermeld in Thieme / Becker, Waller, Scheen, Witt Checklist, Biografisch woordenboek van Nederland, Jonkman / Geudeker, Heijbroek / Voeten.