Hendrik Willem Mesdag (signeerde als H.W. Mesdag of met monogram M / HWM) die getrouwd was met Sientje van Houten en de neef van Laurens Alma-Tadema was, werd in Groningen op 23 februari 1831 geboren en stierf in Den Haag op 10 juli 1915.

Hij werkte als kunstenaar zowel in Groningen, Oosterbeek, Brussel, Norderney (eiland) als Scheveningen.

Ofschoon Mesdag officieel autodidact was leerde hij veel van zijn oudere collegae: Laurens Alma Tadema, Johannes Warnardus Bilders, Cornelis Bernardus Buijs, Johannes Hinderikus Egenberger, Willem Roelofs en Alfred Verwee.

Als veelzijdig kunstenaar [aquarellist, etser, lithograaf, (panorama)schilder en tekenaar] en kunstverzamelaar werkte hij aanvankelijk op het bankierskantoor van zijn vader in Groningen maar na 1866 legde hij zich geheel toe op de kunsten. Hij vestigde zijn naam als groot kunstenaar door het schilderen van het Panorama van Scheveningen (thans het museum ‘Panorama Mesdag’ in Den Haag).

In1903 schonk hij zijn kunstverzameling aan de Nederlandse Staat (inmiddels Rijksmuseum Mesdag te Den Haag)

Zowel aquarellen, olieverven als potloodtekeningen met als voornaamste onderwerpen dieren, stads, strand-, zee als   havengezichten, landschappen, portretten als stillevens zijn van hem bekend.

Mesdag werd vaak gelouterd ( onder andere winnaar van de gouden medaille tijdens de Salon van Parijs in 1870 en idem de gouden medaille van de Salon Palais des Arts Lyon in 1874).

Mesdag was lid van Pulchri Studio in Den Haag (voorzitter van 1908 tot 1915), van de Hollandsche Teekenmaatschappij ook in Den Haag, van het Tekengenootschap Minerva in Groningen, van de Nederlandsche Etsclub en van het Genootschap Kunstliefde in Utrecht.

Naast docent aan de Academie Minerva in Groningen was hij ook de leraar van Constant Artz, Johanna Behrend-Croiset van der Kop, Betzy Rezora Berg, Charlotte Bouten, George Hitchcock, Barbara Elisabeth van Houten, Adriaan  Keus, Anton L. Koster, Charles Louis Levoir, Adolf Mangold, Martinus Josephus Nefkens en Hendrik van Steenwijk; ook was hij de raadgever van B.R. Berg, C.D.L. Artz, B.E. van Houten, A. Keus, A.L. Koster en H. van Steenwijk. Zijn invloed op Julius Bretz en Gerhard Arij Ludvig Munthe was aanzienlijk.

Vermeld in Scheen, Witt Checklist, Barrett, Jacobs.
Zie ook www.mesdag.com.

Toont alle 3 resultaten

Filter»

Mesdag, Hendrik W.

Hendrik Willem Mesdag (signeerde als H.W. Mesdag of met monogram M / HWM) die getrouwd was met Sientje van Houten en de neef van Laurens Alma-Tadema was, werd in Groningen op 23 februari 1831 geboren en stierf in Den Haag op 10 juli 1915.

Hij werkte als kunstenaar zowel in Groningen, Oosterbeek, Brussel, Norderney (eiland) als Scheveningen.

Ofschoon Mesdag officieel autodidact was leerde hij veel van zijn oudere collegae: Laurens Alma Tadema, Johannes Warnardus Bilders, Cornelis Bernardus Buijs, Johannes Hinderikus Egenberger, Willem Roelofs en Alfred Verwee.

Als veelzijdig kunstenaar [aquarellist, etser, lithograaf, (panorama)schilder en tekenaar] en kunstverzamelaar werkte hij aanvankelijk op het bankierskantoor van zijn vader in Groningen maar na 1866 legde hij zich geheel toe op de kunsten. Hij vestigde zijn naam als groot kunstenaar door het schilderen van het Panorama van Scheveningen (thans het museum ‘Panorama Mesdag’ in Den Haag).

In1903 schonk hij zijn kunstverzameling aan de Nederlandse Staat (inmiddels Rijksmuseum Mesdag te Den Haag)

Zowel aquarellen, olieverven als potloodtekeningen met als voornaamste onderwerpen dieren, stads, strand-, zee als   havengezichten, landschappen, portretten als stillevens zijn van hem bekend.

Mesdag werd vaak gelouterd ( onder andere winnaar van de gouden medaille tijdens de Salon van Parijs in 1870 en idem de gouden medaille van de Salon Palais des Arts Lyon in 1874).

Mesdag was lid van Pulchri Studio in Den Haag (voorzitter van 1908 tot 1915), van de Hollandsche Teekenmaatschappij ook in Den Haag, van het Tekengenootschap Minerva in Groningen, van de Nederlandsche Etsclub en van het Genootschap Kunstliefde in Utrecht.

Naast docent aan de Academie Minerva in Groningen was hij ook de leraar van Constant Artz, Johanna Behrend-Croiset van der Kop, Betzy Rezora Berg, Charlotte Bouten, George Hitchcock, Barbara Elisabeth van Houten, Adriaan  Keus, Anton L. Koster, Charles Louis Levoir, Adolf Mangold, Martinus Josephus Nefkens en Hendrik van Steenwijk; ook was hij de raadgever van B.R. Berg, C.D.L. Artz, B.E. van Houten, A. Keus, A.L. Koster en H. van Steenwijk. Zijn invloed op Julius Bretz en Gerhard Arij Ludvig Munthe was aanzienlijk.

Vermeld in Scheen, Witt Checklist, Barrett, Jacobs.
Zie ook www.mesdag.com.