Egyptische dodensteden hebben vele “os-traca” nagelaten (stukken aardewerk of kalk waarop afbeeldingen zijn gepenseeld). Kunstenaars die graftomben moesten versieren, schetsten hierop hun ideeën. En ostraca waren er volop (rotssteen of scherven van gebroken potten). Kunstenaars zetten hier zijn eerste lijnen met rode oker op en markeerde de omtrek daarna met zwarte inkt). Dieren worden hier niet beschouwd als goden, maar verwijzen mogelijk naar humoristische fabels. Egypte was een bron van sprookjes in een mengeling van humor en nostalgie. Daar ontstonden de fabels die zich over Assyrië, Perzië en India verspreidden en later in de Middeleeuwen door reizigers naar Europa werden gebracht.
Bijgaande humoristische afbeelding is misschien een oervorm van één van de fabels van Esopus, fabels die later door La Fontaine werden bewerkt.






